Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. crimineel
    met bijzondere kwaliteiten, bijzonder goed
    Synoniemen: denderend, dolletjes, eindeloos, fabuleus, fenomenaal, formidabel, jofel, knal, loeigoed, luizig, mieters, puntgaaf, reusachtig, reuze, reuze-, subliem, super, super-de-luxe, supersonisch, uniek
  2. crimineel
    crimineel; misdadig
    "een crimineel verleden"
    Synoniemen: misdadig
  3. crimineel
    volgens of met betr. tot het strafrecht
    "de criminele recherche/inlichtingendienst"
    Synoniemen: strafrechtelijk, penaal, poenaal
  4. crimineel
    met betrekking tot misdaad
    "Na zijn vrijlating begaf hij zich weer in het criminele circuit."

Zelfstandig naamwoord

  1. crimineel (de ~ | meervoud criminelen)
    iem. die zich aan een misdaad heeft schuldig gemaakt
    "iemand als een crimineel afschilderen"
    Synoniemen: misdadiger, delinquent, onderwereldfiguur
  2. crimineel
    iemand door zich onderhoudt door de wet te breken
    "De politie heeft een aantal zware criminelen van hun bed gelicht."

Voorbeeldzinnen

  1. De crimineel werd gearresteerd en in de gevangenis gezet.
  2. Bereiken van aanzienlijke resultaten bij de bestrijding van criminaliteit en bij het verminderen van corruptie en ander crimineel gedrag van de politie.
  3. Bereiken van aanzienlijke resultaten bij de bestrijding van criminaliteit en bij het verminderen van corruptie en ander crimineel gedrag van de politie.
  4. Zorgen voor een goede follow-up (onderzoek en eventueel vervolging) wanneer met name genoemde personen publiekelijk worden beschuldigd van crimineel gedrag.
  5. Voorts houdt het misbruik van het financiële stelsel voor het aanwenden van crimineel of zelfs rechtmatig verkregen geld voor terroristische doeleinden onmiskenbaar een risico in voor de integriteit, de goede werking, de reputatie en de stabiliteit van het financiële stelsel.
  6. Massale stromen crimineel geld kunnen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector schaden en de interne markt bedreigen; terrorisme tast onze samenleving aan in haar fundamenten zelf.