Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. bulk (de ~)
    grote hoeveelheid
    Synoniemen: hoop, bende, berg, kwak, lading, massa, schep, stelletje, stoot, troep, veelheid, vracht, zooi, zwik, pak, smak, bom, sjees, boel
  2. bulk (de ~)
    grote onverpakte hoeveelheid
    "in bulk [vervoeren]"

Verwijzingen

Werkwoord

  1. bulk is een vervoeging van bulken

Voorbeeldzinnen

  1. NO Bulk.”.
  2. NO Bulk”
  3. NO Bulk.”;
  4. Bulk/oliecarrier
  5. Vloeibare bulk
  6. Droge bulk
  7. Krat, bulk, van karton
  8. Krat, bulk, van kunststof
  9. Krat, bulk, van hout
  10. Krat, bulk, van karton