Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. buitensporig
    buitensporig; extreem; excessief; buitensporig; buitensporig; buitensporig
    "buitensporig gedrag"
    Synoniemen: overmatig, bovenmatig, excessief, exorbitant, ongepermitteerd, onmatig
  2. buitensporig
    buiten alle maten, enorm
    "Die buitensporige reactie werd hem erg kwalijk genomen."

Voorbeeldzinnen

  1. een buitensporig belastend etiketteringsvoorschrift,
  2. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk
  3. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Sloveniƫ
  4. Prijzen konden aanzienlijk stijgen zonder buitensporig hoge niveaus te bereiken.
  5. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Belgiƫ
  6. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Denemarken
  7. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Portugal
  8. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland
  9. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort op Malta
  10. betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Slowakije