Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. buikig
    gezet; dik; dik; van mensen; corpulent; corpulent; zwaarlijvig
    "een buikige heer"
    Synoniemen: corpulent, lijvig, vet, dik, zwaarlijvig, gezet
  2. buikig
    als met een buik
    "een buikige vaas"
    Synoniemen: buikvormig, gebuikt