Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. bons (de ~ | meervoud bonzen)
    op de voorgrond tredende figuur
    Synoniemen: kopstuk, big boss, big shot, bobo, hotemetoot, hotemetotem, kanon, prominent, topman, voorman, VIP
  2. bons (de ~ | meervoud bonzen)
    kort geluid van twee dingen tegen elkaar; klap; geluid gemaakt door de mond
    "de bons krijgen"
    Synoniemen: klap, smak
  3. bons
    een geluid veroorzaakt bij het bonzen
    "Hij hoorde een luide bons en rende de trap op om te zien wat er nu weer gedeurd was."
  4. bons
    een machtige functionaris in een bond of partij
    "De bonzen zullen daar nooit mee akkoord gaan."