Betekenis

Werkwoord

  1. boemelen
    aan de zwier zijn; inspannend lopen; in een sliert gaan; op stap gaan
    Synoniemen: dweilen, pierewaaien, pintelieren, rinkelrooien, sjouwen, slieren, slijpen, wallebakken, stappen
  2. boemelen
    reizen met een boemeltrein
    "naar je werk boemelen"