Betekenis

Werkwoord

  1. bijeenkomen
    bijeenkomen, zich verzamelen
    "in spoedzitting bijeenkomen"
    Synoniemen: samenkomen, verenigen, verzamelen
  2. bijeenkomen
    bij elkaar verzamelen
    "We moeten nog eens bijeenkomen om het project te evalueren."

Voorbeeldzinnen

  1. De Raad kan bijeenkomen in verschillende formaties, afhankelijk van de besproken aangelegenheden.
  2. Om zijn taken te vervullen kan de raad in verschillende projectgerichte samenstellingen bijeenkomen.
  3. De fracties en de fractiebesturen kunnen onmiddellijk vóór of tijdens de zittingen bijeenkomen.
  4. De fracties en de fractiebesturen kunnen onmiddellijk vóór of tijdens de zittingen bijeenkomen.
  5. Ministerraad en parlement moeten met voldoende regelmaat bijeenkomen om overheidsaangelegenheden met de nodige spoed te kunnen afhandelen.
  6. Bepaald moet worden dat de Commissie en de betrokken nationale autoriteiten regelmatig bijeenkomen om toezicht te houden op de bijstandverlening.
  7. Alleen de comités en werkgroepen die op deze lijst zijn vermeld, kunnen als voorbereidende instantie van de Raad bijeenkomen.
  8. Het comité dat de Commissie bijstaat, moet zo nodig in twee verschillende samenstellingen bijeenkomen, afhankelijk van de agenda.
  9. De Commissie bepaalt hoe en wanneer de groep en de werkgroepen bijeenkomen en neemt het voorzitterschap van de vergaderingen op zich.
  10. De raadpleging dient op zodanige wijze te verlopen dat de werknemersvertegenwoordigers met het hoofdbestuur kunnen bijeenkomen en een met redenen omkleed antwoord op hun eventuele adviezen kunnen krijgen.