Betekenis

Werkwoord

  1. bijeenbrengen
    uit verschillende richtingen of bronnen bijeenbrengen
    "muziek uit verschillende landen in één repertoire bijeenbrengen"
    Synoniemen: verzamelen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen
  2. bijeenbrengen
    een lepel van hout, metaal of kunststof met een lange steel, die in de keuken gebruikt wordt om mee om te roeren
    Synoniemen: meebrengen, meenemen, medenemen, medebrengen
  3. bijeenbrengen
    bij elkaar brengen
    "Door de collecte was er veel geld bijeengebracht voor het fonds."

Voorbeeldzinnen

  1. Internemarktactiviteiten bijeenbrengen
  2. betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal
  3. Het bijeenbrengen van dieren van verschillende herkomst vormt een bijzonder risico.
  4. Meer informatie bijeenbrengen over adequate instrumenten om schadelijke online-inhoud aan te pakken.
  5. Het verplaatsen of bijeenbrengen gebeurt overeenkomstig het preventieve-vaccinatieplan en wordt geregistreerd.”.
  6. Behalve het kapitaalrecht mogen er geen indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal worden geheven.
  7. Het verplaatsen of bijeenbrengen gebeurt overeenkomstig het preventieve-vaccinatieplan en wordt geregistreerd.
  8. Het bedrijf beschikt over voorzieningen voor het bijeenbrengen van de dieren teneinde bij de groep een antemortemkeuring te verrichten.
  9. het bedrijf beschikt over procedures voor het bijeenbrengen van de dieren, teneinde bij de groep een antemortemkeuring te verrichten;
  10. het bijeenbrengen van een spectrum aan ITD’s (demonstratiemodellen van geïntegreerde technologie), met de nadruk op innovatieve technologieën en de ontwikkeling van full-scale demonstratiemodellen;