Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. bezig
    werkzaam, niet stilzittend, handelend
    "een bezige bij"
    Synoniemen: actief, gaande
  2. bezig
    aan het werken
    "Bezig met de afwas."
  3. bezig
    altijd aan het werken, vlijtig
    "Hij is een bezig persoon."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. bezig is een vervoeging van bezigen

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn vader is bezig.
  2. Ben je bezig?
  3. Hij is altijd bezig.
  4. Mijn vader is altijd bezig.
  5. Ze is zeker druk bezig.
  6. Mijn moeder is altijd bezig.
  7. Ze was druk bezig met haar huiswerk.
  8. Ze is net zo bezig als Tom.
  9. Vader is bezig brieven te schrijven.
  10. Astronomie houdt zich bezig met sterren en planeten.