Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. bezet
    bezet met edelstenen
    "bezet met [edelstenen/briljanten/diamanten]"
  2. bezet
    van plaats
    "deze plaats/stoel is bezet"
  3. bezet
    ingenomen
    "de bezette gebieden"
  4. bezet
    bedrijvig; druk
    "druk bezet"
    Synoniemen: geoccupeerd, druk
  5. bezet
    gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
    "Er worden nederzettingen gebouwd in de bezette gebieden."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. bezet is een vervoeging van bezetten

Voorbeeldzinnen

  1. Het is bezet.
  2. Zijt ge bezet morgennamiddag?
  3. De vergaderzaal is momenteel bezet.
  4. Pardon, is die plaats bezet?
  5. Ik ben bang dat de lijn bezet is.
  6. alle zitplaatsen bezet;
  7. Bezet Palestijns gebied
  8. bezet Palestijns gebied
  9. CPA 10.12.50: Veren en vogelhuiden met veren bezet
  10. met alle mogelijke staanplaatsen bezet, daarna de resterende stoelen en, als er nog ruimte overblijft, alle rolstoelenruimten bezet;