Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. beroerd
    zonder energie, fut om iets te ondernemen
    "ergens (niet) te beroerd voor zijn"
    Synoniemen: lusteloos, apathisch, energieloos, futloos, hangerig, lamlendig, lamzalig, landerig, lethargisch, pitloos, verveeld, zakkerig, zakkig, druilerig
  2. beroerd
    lichtelijk ziek
    "zich beroerd voelen"
  3. beroerd
    slecht; naar
    "een beroerde situatie/toestand"
    Synoniemen: ellendig, bedonderd, zwart, erg
  4. beroerd
    bijzonder slecht, waardeloos
    "De beroerde omstandigheden op de arbeidsmarkt veroorzaken een hoop ellende en angst."
  5. beroerd
    op bijzonder slechte wijze
    "Hij heeft beroerd gereageerd."

Bijwoord

  1. beroerd
    op bijzonder slechte wijze
    "Hij heeft beroerd gereageerd."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. beroerd is een vervoeging van beroeren