Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. behendig
    vaardig; handig; geroutineerd; bedreven; ver gekomen; zeer bedreven en ervaren; goed
    "behendig manoeuvreren"
    Synoniemen: bedreven, geverseerd, habiel, routineus, vaardig, vergevorderd, doorkneed, knap
  2. behendig
    een goede lichaamscoördinatie bezittend
    "Hij is een stuk behendiger geworden."

Bijwoord

  1. behendig
    op behendige wijze
    "Behendig wist de inbreker de gevel te beklimmen en zich door het openstaande raam te wurmen."

Voorbeeldzinnen

  1. De fret is een intelligent, nieuwsgierig, speels en behendig dier, en hiermee moet rekening worden gehouden bij het ontwerp van de huisvesting en bij het hanteren van de dieren.