Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. beeldscherm (het ~ | meervoud beeldschermen)
    scherm met afbeelding; beeldscherm; beeldscherm
    "groot/klein beeldscherm"
    Synoniemen: beeldstation, scherm, monitor
  2. beeldscherm
    een scherm waarop een beeld geprojecteerd wordt
    "Het beeldscherm waar u nu naar kijkt wordt aangestuurd door uw computer of andere informatiedrager."

Voorbeeldzinnen

  1. Beeldscherm
  2. een beeldscherm;
  3. Slaapstand beeldscherm
  4. spellen met beeldscherm
  5. Kwikgehalte van het beeldscherm
  6. toestellen met een plat beeldscherm
  7. Mag de verzekerde aan een beeldscherm werken?
  8. geen ingebouwd beeldscherm voor "directe beeldvorming"; en
  9. Andere Tv-toestellen voor kleurenweergave, zonder beeldscherm
  10. Tv-toestellen voor kleurenweergave, met beeldscherm