Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. beduidend
    behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; behoorlijk; van belang; aanzienlijk; van groot belang; beduidend; ingrijpend; flink; aanzienlijk
    "beduidende verliezen"
    Synoniemen: aardig, considerabel, fors, merkelijk, aanzienlijk, flink, groot, hoog, belangrijk, knap, gevoelig, behoorlijk, heel

Voorbeeldzinnen

  1. dieren van beduidend verschillende grootte of leeftijd;
  2. Bovendien zou de eindprijs niet beduidend onder de MIP liggen.
  3. Een dergelijke berekening geeft een beduidend ander resultaat dan de berekeningen van de klagers.
  4. Ook waren alle voorgestelde combinaties voor de minimuminvoerprijs beduidend lager dan de hoogste vastgestelde uitvoerprijzen.
  5. Bovendien werd tijdens dit onderzoek een beduidend hoger subsidiepercentage vastgesteld dan tijdens het oorspronkelijke onderzoek.
  6. Aanvankelijk was Tieliikelaitos niet voorbereid op het beduidend hogere risico in vergelijking met traditionele contracten.
  7. De organisatie neemt de noodzakelijke maatregelen om haar prestaties beduidend te verbeteren.
  8. De door Duitsland en de bank genoemde cijfers zullen vermoedelijk beduidend lager uitvallen.
  9. Het rentederivatenportfolio moet eveneens beduidend worden teruggebracht en tot klantgerichte posities worden beperkt.
  10. Voordien kostten deze voorzieningen Tieliikelaitos beduidend meer dan in de priv├ęsector.