Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. bedoening (de ~ | meervoud bedoeningen)
    inrichting, meubilering enz.
    "met de hele bedoening op straat staan"
  2. bedoening (de ~)
    overdreven aandacht; ophef; ophef; irriterend gedrag v.e. ander; gedoe; overbodige drukte; ophef om niets; heisa om niets; gedoe; drukte; overbodige drukte; gedoe; gedoe; herrie
    "het was een hele bedoening"
    Synoniemen: ophef, bombarie, drukte, gedoe, geduvel, heisa, omhaal, poeha, poespas, poppenkast, soesa, stennes, stennis, tamtam, omslag, gedonder, stampei
  3. bedoening (de ~)
    situatie
    "een drukke/rare/gezellige bedoening"
    Synoniemen: toestand, situatie, boel