Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. apart
    los van de rest, op zichzelf staand
    "in aparte hoofdstukken"
    Synoniemen: afzonderlijk, alleenstaand, onafhankelijk, separaat, los, gescheiden
  2. apart
    niet bekend
    Synoniemen: vreemd, ongewoon, obscuur, onbekend
  3. apart
    afwijkend van het normale, het verwachte
    "een geval/verhaal apart"
    Synoniemen: eigenaardig, vreemd, raar, typisch, curieus, merkwaardig
  4. apart
    op zichzelf, afzonderlijk van het andere
    "Er is een apart woordenboek voor vele talen, maar zij zijn alle aan elkaar verbonden door interwikilinks."
  5. apart
    bijzonder, opmerkelijk
    "Wat een apart jasje heb je aan!"

Voorbeeldzinnen

  1. Hou een stukje gebak voor me apart, ik moet weg.
  2. voetgangers worden apart gecontroleerd;
  3. AC Treuhand wordt apart beoordeeld.
  4. Deze steunmaatregelen moeten apart worden aangemeld.
  5. Met uitzondering van varkenshaasjes, apart aangeboden.
  6. Elke eigenschap moet apart sensorisch worden geëvalueerd.
  7. Voor- en achtervoeten worden apart uitgebeend.
  8. Deze kwesties zullen apart worden behandeld.
  9. Estrada Nacional No 1 — Malaposta — Apart.
  10. Deze verschillende soorten grond worden apart geanalyseerd.