Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. alleenstaand
    eenzaam; zonder partner
    "alleenstaande mannen/vrouwen"
    Synoniemen: solitair
  2. alleenstaand
    los van de rest, op zichzelf staand
    "een alleenstaand geval"
    Synoniemen: apart, afzonderlijk, onafhankelijk, separaat, los, gescheiden
  3. alleenstaand
    zonder anderen
    Synoniemen: alleen, afgezonderd, allenig

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben single (ik ben alleenstaand)
  2. Wat maatregel C betreft, geven de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk aan dat het feit dat BE aan BNFL geen rente betaalde tijdens de „standstill”-periode, dient te worden bezien als een onderdeel van het volledige aandeel van BNFL in het herstructureringsplan, in plaats van als een alleenstaand onderdeel. Over het hele pakket werd immers als één geheel onderhandeld.