Betekenis

Bijwoord

  1. alleen
    slechts
    Synoniemen: enkel, puur, slechts, uitsluitend, zuiver, louter
  2. alleen
    slechts - bijvoorbeeld "''Hij is niet alleen intelligent, hij is ook knap.''"
  3. alleen
    met dit voorbehoud - bijvoorbeeld "''Deze maaltijd mag alleen in de magnetron bereid worden.''"

Bijvoeglijk naamwoord

  1. alleen
    zonder anderen
    "ik heb de tv helemaal alleen gerepareerd"
    Synoniemen: afgezonderd, alleenstaand, allenig
  2. alleen
    zonder gezelschap
    "Laat mij alleen met al mijn verdriet."
  3. alleen
    zonder hulp of medewerking
    "Ik heb helemaal alleen mijn veters gestrikt!"
  4. alleen
    zich beperkend tot iets
    "Ik heb alleen de woonkamer gestofzuigd."

Zelfstandig naamwoord

  1. alleen
    een organische verbinding met twee belendende dubbele bindingen
    "1=Propadieen (H2C=C=CH2) is het eenvoudigste alleen."

Voorbeeldzinnen

  1. Ben je alleen?
  2. Ik ben graag alleen.
  3. Ik weet alleen dit.
  4. Tom kwam hier alleen.
  5. Laat mij alleen!
  6. Tom at alleen.
  7. Tom drinkt alleen koffie.
  8. Waarom ben je alleen?
  9. Ik voelde me alleen.
  10. Laat me alleen gaan.