Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. algemeen
    voor iedereen toegankelijk
    "het algemeen belang"
    Synoniemen: publiek, openbaar
  2. algemeen
    algemeen; algemeen (toepasbaar); niet speciaal
    "op die manier kunnen we een algemene indruk krijgen hoe het ervoor staat"
    Synoniemen: alzijdig, generaal, omnivalent, universeel
  3. algemeen
    het geheel betreffend, niet op details ingaand
    "algemene beloften"
    Synoniemen: vaag
  4. algemeen
    iedereen betreffend
    "Wij hebben al jaren een algemeen kiesrecht."
  5. algemeen
    geldig voor alle gevallen
    "Hij is een algemene directeur."
  6. algemeen
    niet op de details ingaand
    "Ik zal in algemene termen spreken..."

Zelfstandig naamwoord

  1. algemeen
    meestal.
    "Dat gaat in het algemeen wel goed."

Voorbeeldzinnen

  1. Over het algemeen houden kinderen van zoetigheid.
  2. Japanners zijn in het algemeen beleefd.
  3. In het algemeen eet ze niet erg veel.
  4. Het wordt algemeen aangenomen dat hij onschuldig was.
  5. Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.
  6. Vrouwen leven over het algemeen langer dan mannen.
  7. Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.
  8. Over het algemeen weet men maar weinig over niet-lineaire differentiaalvergelijkingen van de tweede orde.
  9. De Bijbel draagt ons op om onze naasten én onze vijanden lief te hebben; waarschijnlijk omdat dat in het algemeen dezelfde personen zijn.
  10. Algemeen.