Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. alert
    oplettend; bijdehand; met vuur bewerken van iets; zich gespannen toeleggend op
    "de alerte buren voorkwamen wel een inbraak"
    Synoniemen: kien, vinnig, gebrand, gespitst, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend
  2. alert
    oplettend.

Voorbeeldzinnen

  1. News Alert/Direct agenda
  2. Het personeel dient alert te zijn teneinde ervoor te zorgen dat agressie zoveel mogelijk wordt beperkt.
  3. Rapid alert system for food and feed (communautair systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders).
  4. Gedurende alle stadia van de vlucht blijft elk lid van het cockpitpersoneel dat cockpitdienst heeft alert.
  5. De dodemansinrichting waarborgt dat de bestuurder voldoende alert blijft (en zich dus bewust is van de seinen).
  6. Rapid alert system for non-food dangerous products (communautair systeem voor snelle waarschuwingen over gevaarlijke non-foodproducten).
  7. Bij groepshuisvesting dient het personeel altijd alert te zijn om ervoor te zorgen dat agressie zoveel mogelijk wordt beperkt.
  8. Activeer het scheepsveiligheidsalarmsysteem (Ship Security Alert System, SSAS), waardoor uw Company Security Officer en uw vlaggenstaat worden ingelicht.
  9. De bevoegde autoriteiten verifiëren of de kredietbeoordelingen van de EKBI doorlopend worden gecontroleerd en zijn alert op wijzigingen in de financiële positie.
  10. Alarmgrens (Alert Limit): Een waarde die bij overschrijden aanleiding geeft tot een analyse van de spoorgeometrie en opname in de planning van geregeld onderhoud.