Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. afzonderlijk
    los van de rest, op zichzelf staand
    "alles zit in afzonderlijke bakjes verpakt"
    Synoniemen: apart, alleenstaand, onafhankelijk, separaat, los, gescheiden
  2. afzonderlijk
    op zichzelf staand

Voorbeeldzinnen

  1. Afzonderlijk teststuk
  2. Afzonderlijk gas = Mgas/Wact
  3. Maïs (afzonderlijk basisareaal)
  4. afzonderlijk aangeboden sleutels
  5. 0,002 % indien afzonderlijk gebruikt
  6. Afzonderlijk niet-knipperend waarschuwingslicht.
  7. afzonderlijk of in totaal:
  8. Afzonderlijk niet-knipperend licht.
  9. Maïs (afzonderlijk basisareaal)
  10. Hetzij gecombineerd, hetzij afzonderlijk