Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. actief
    arbeidend
    Synoniemen: werkend, bedrijvig, werkzaam
  2. actief
    veel bewegend
    Synoniemen: beweeglijk, bedrijvig, werkzaam
  3. actief
    rusteloos; ongedurig; veel bewegend; druk
    Synoniemen: drukdoenerig, ongedurig, rusteloos, beweeglijk, roerig, bedrijvig, werkzaam
  4. actief
    met toewijding werkzaam
    Synoniemen: ijverig, arbeidzaam, diligent, naarstig, nijver, noest, vlijtig, werkzaam, bedrijvig
  5. actief
    turbulent; rumoerig; woelig; onrustig
    Synoniemen: roerig, druk, tumultueus, turbulent, woelig, bedrijvig, werkzaam
  6. actief
    metterdaad
    Synoniemen: daadwerkelijk, bedrijvig, werkzaam
  7. actief
    werkzaam, niet stilzittend, handelend
    "een actieve zeilvakantie"
    Synoniemen: bezig, gaande
  8. actief
    dienst hebbend; dienstdoende
    "actieve dienst"
    Synoniemen: dienstdoend, wachtdoend
  9. actief
    bedrijvend
    "een actieve zin"
    Synoniemen: bedrijvend
  10. actief
    met iets bezig zijnde
    "Hoe vaak bent u actief op het woordenboek?"

Bijwoord

  1. actief
    op actieve wijze
    "Tevens beschrijft het artikel op welke onderwerpen bewust en actief gestuurd moet worden om structurele verbeteringen door te kunnen voeren."

Voorbeeldzinnen

  1. De aandelenmarkt is erg actief.
  2. Ze is zo actief als ze eruit ziet.
  3. Actief
  4. Actief hoogveen
  5. (Niet actief)
  6. Actief vistuig
  7. Actief vermogensbeheer
  8. Immaterieel actief
  9. financieel actief
  10. Oorspronkelijk actief