Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. aangenaam
    leuk; aangenaam, prettig; aangenaam, plezierig; met een positieve waardering; prettig; plezierig; prettig; heel prettig
    "een aangename verrassing"
    Synoniemen: aardig, lekker, prettig, leuk, plezant, fijn, heerlijk
  2. aangenaam
    een positief gevoel oproepend
    "Een aangename gewaarwording."

Voorbeeldzinnen

  1. Aangenaam kennis te maken.
  2. Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
  3. Het was aangenaam en warm in huis.
  4. Hebt ge een aangenaam weekend gehad?
  5. "Hoe is het weer daar?" "Het is aangenaam."
  6. Je lieflijke stem klonk me zeer aangenaam in de oren.
  7. Deze kamer is aangenaam om in te werken.
  8. Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
  9. Het is aangenaam dwaas te doen op bepaalde tijdstippen
  10. Woning aangenaam koel in de zomer)