Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. reëel
    echt; voorkomend; feitelijk; eigenlijk; lichamelijk; werkelijk; als in de werkelijkheid; werkelijk
    "een reë(e)l(e) kans/gevaar/risico"
    Synoniemen: werkelijk, bestaand, eigenlijk, existent, feitelijk, fysiek, waarachtig, effectief, natuurlijk
  2. reëel
    verstandig, zakelijk
    "een reële schatting/kijk/kerel/vent"
    Synoniemen: pragmatisch, praktisch, prozaïsch, koel, nuchter, realistisch, zakelijk
  3. reëel
    met de werkelijkheid overeenstemmend
    "Dat is geen reële voorstelling van zake."
  4. reëel
    tot de verzameling getallen behorend die op de getallenrechte ligt
  5. reëel
    geneigd zich praktisch op te stellen
    "Hij is een stuk reëler geworden."
  6. reëel
    tweede betekenisomschrijving
    "Zin met het reëel in de tweede betekenis erin."

Voorbeeldzinnen

  1. reëel
  2. 2000 reëel
  3. 2003 reëel
  4. 03 reëel
  5. Netto resultaat 2002 (reëel)
  6. zij moeten reëel zijn;
  7. Omzet 2002 (reëel)
  8. Bedrijfs-resultaat (EBIT) 2002 (reëel)
  9. (Reëel/geraamd/gemiddeld gewicht van de soorten)
  10. Ten derde was dit publieke belang reëel.